Kaapse wijnen

 

We zijn in de zuidwesthoek van Zuid-Afrika, in een gebied dat Citrusdal (de Goue Vallei) wordt genoemd, en waar veel van Fair Trade’s wijnen vandaan komen. Deze afgelegen streek heet niet voor niets zo. Er staan volop citrusbomen, afgewisseld met velden met witte of rode druiven, in eindeloze rijen geplant.

 

Druivenoogst

Het is, nu, in maart, druivenoogst. Tussen de rijen struiken zie ik vrouwen en mannen in blauwe overalls, vaak met een pet op tegen de zon, druiventrossen afknippen met een tangetje en ze voorzichtig in een krat doen. De kratten worden overgeladen op open karren, die op hun beurt weer worden geleegd in grote trucks, op naar de wijnfabriek. De kwaliteitsbewuste plantages zorgen dat hierbij de druiven heel blijven; kapotte druiven beginnen meteen te gisten.

De grond is nu erg droog. Dat moet ook, bij het rijpen kun je geen regen gebruiken. Maar ook in het voorseizoen heeft het weinig geregend. Door de droogte zijn de druiven later rijp dan gewoonlijk; ze hebben nog onvoldoende suiker gevormd. De oogst zou nu eigenlijk voorbij moeten zijn, maar is nog volop aan de gang. Dat is nu eenmaal het risico van de ‘droge’ verbouw – zonder irrigatie – in de bergen: je bent afhankelijk van het weer. Maar dat geeft over het algemeen toch minder kopzorgen dan de geïrrigeerde verbouw, waarvoor je veel meer pesticiden nodig hebt.

 

De arbeiders

De vaste arbeiders en arbeidsters – veelal gezinnen – op wijngaarden rond Kaapstad zijn in de regel kleurling. Hun taal is dezelfde als die van hun bazen: Afrikaans. Een groot deel van hun leven speelt zich af op de boerderij: ze werken er niet alleen, ze wonen er ook. De lonen zijn wettelijk geregeld, en ik vind de arbeidersdorpen op de door mij bezochte Fair Trade plantages er aantrekkelijk uitzien. Kinderarbeid is strikt verboden, de kinderen gaan naar school of naar de crèche.

Prima voor elkaar zou je zeggen. Maar bij nadere beschouwing is het plantageleven geen paradijs. Er is een enorm drankprobleem, met alle gewelds- en armoedegevolgen van dien. Ziektes als tuberculose tieren welig, en zoals overal in Afrika is aids een toenemende zorg.

Het meest opvallend vind ik de soms vanzelfsprekende ongelijkheid tussen boer en arbeider. ‘Ik ben goed voor de arbeiders’, zegt boerin Erna van de Merwe van boerderij Keeromsgeluk, en dat is ze ook. Ze beschouwt zichzelf als een sociaalwerkster, ziet er op toe dat de kinderen naar school gaan en betaalt in een enkel geval zelfs het schoolgeld. Maar empowerment van arbeiders, het verhogen van de eigenwaarde en medezeggenschap, gaat een stap verder. En dat beogen de cursussen die worden betaald uit de meerprijs van Fair Trade. Met de seizoensarbeiders is het weer anders gesteld, zij komen van elders, spreken in de regel geen Afrikaans maar bijvoorbeeld Tswana, en krijgen geen vast loon maar stukloon, dat door hard werken Classique Rose.jpgoverigens flink hoog kan uitvallen. Maar of ze willen of niet, na hun tijdelijke contract moeten ze de plantage af. Ik spreek hierover, op een grote boerderij met de welluidende naam Paardekop, met de seizoensarbeider Greefy Sebipo. Hij komt uit Noord-Kaap, en werkt hier sinds mei vorig jaar. In november moest hij naar huis, maar in december kwam hij weer terug. Hij is single, zegt hij, maar hij heeft hier wel een vriendin. Hij woont in een barak met elf kamers; daar wonen alle seizoensarbeiders, al dan niet met hun vriendin. Het druivenseizoen is bijna afgelopen, maar Greefy heeft al een contract voor de citrusmaanden. Hij zou wel willen trouwen, maar dan moet hij eerst een vaste baan hebben. Dat zit er op Paardekop niet in, vreest hij: de zonen van de vaste arbeiders hebben voorrang bij de personeelsaanname.

 

De boeren en hun boerderij

Hoewel het in 1688 uit Belgie en Frankrijk gevluchte Hugenoten waren die de basis legden voor de wijnverbouw in Zuid-Afrika, schud ik deze reis veel handen van Van der Merwes, Van Zijls en Van Wijks – oer Hollandse namen. Hun taal – Afrikaans – en humor hebben rechtstreeksheid die mij als Rotterdamse Hugenoot, vertrouwd voorkomt.

De boerderijen die ik bezoek worden gerund door de jongste generatie, waaronder opvallen veel vrouwen. Vader of schoonvader mag dan in feite nog wel eigenaar zijn, maar met een knipoog vertellen een zoon en dochter mij dat zij hem de illusie laten dat hij nog wat te zeggen heeft – waar vader bijstaat!

Belinda Faure, Erna van de Merwe, Hanlie van Zijl: de boerinnen die ik ontmoet zetten sociale processen in gang. Belinda benoemde voor haar boerderij Ruitersvlei een sociaalwerkster en een organisatiedeskundige, en Hanlie van boerderij Paardekop is zelf actief in het sociaalwerk voor zowel boerinnen als arbeidsters. Als ik de A.L.G. Boerdery (genoemd naar de eigenaars, de broers All, Lieben en Gerrit van de Merwe) bezoek, stuit ik toevallig op een bijeenkomst die er niet om liegt. Een enorme zaal is gevuld met arbeidsters in hun kleurige kledij, die meeleven met een rollenspel waarin een vrouw door haar man wordt uitgekafferd – totdat ze in opstand komt. Het applaus na afloop is oorverdovend. Het gist op de plantages – en dat is niet alleen de wijn!

 

De wijnmakerij en exporteur

Wanneer de druiven geplukt zijn, begint de cruciale fase: het maken van de wijn. Dat gebeurt of door de plantage zelf (Ruitersvlei), of door de exportorganisatie, waaraan meerdere plantages hun druiven leveren. De boerderijen ALG, Paardekop en Keersomgeluk leveren hun druiven aan Citrusdal Cellars (voorheen Goue Vallei genoemd). Die beschikt over een indrukwekkende fabriek, waar ik druiven heb zien roteren en gisten in enorme metalen tanks en kleine houten vaten.  Ik was zeer onder de indruk van de grote tanks (met een kraantje, waaruit je een proefglas kunt tappen, lekker!), maar die bleken eigenlijk verouderd. De trots zit in kleinere vaten: Citrusdal gaat voor kwaliteit. Kleine vaten hebben bovendien het voordeel, dat de wijn van geselecteerde plantages apart kan worden gemaakt. En dat moet, want Fair Trade koopt voortaan uitsluitend wijn van de vijf door Max Havelaar/FLOI goedgekeurde plantages. Op de lange termijn streeft Citrusdal Cellars ernaar, alle plantages te laten keuren door FLOI.

De slotfase is het bottelen. Ook dat gebeurt – en dat komt de smaak en de kwaliteit ten goede – ter plekke. Daarna kan de wijn worden verscheept.

 

(bron: Fair Trade special 06. Een reisverslag)


Kies artikel:

 
Ook uw website eenvoudig onderhouden? www.triqs.nl                              Wereldwinkel Zwolle - Assendorperstraat 33 - Tel. (038) 422 25 75